Thomas Verdyck – Poëzie
“‘t Gastvrij Podium” is een evenement dat elke maand doorgaat in het cultureel centrum van Wijnegem. Het is een avondlijke mix van poëzie en muziek gebracht door opkomend talent. Heel deze avond draait rond een centrale gast, meestal een zeer gerespecteerde dichter die reeds al vele teksten heeft gepubliceerd. Voor de maand november van 2007 was de centrale gast Thomas Verdijck, een jongeman, met bewonderenswaardig veel talent. Hij bracht gedichten over alles wat met liefdesvreugde en -verdriet te maken heeft.
Waarom is het thema liefde zo belangrijk voor u?
Liefde is voor iedereen belangrijk. Iedereen tracht zijn liefde op een of andere manier vorm te geven, sommigen stoppen ervoor met roken en anderen zetten hun gevoelens om in tekst.
Wanneer bent u met poëzie begonnen?
Daarop kan ik moeilijk een datum kleven. Ik heb een paar momenten waarop je zou kunnen zeggen dat het begonnen is. Ik schreef ten eerste als klein kind altijd al graag, kleine verhaaltjes, gedichtjes, etc. Dan is dat tijdens mijn pubertijd stilgevallen tot ik op onverklaarbare wijze het plezier in het geschreven en gesproken woord herontdekte. Dat kwam, denk ik, omdat ik in de juiste biotopen terecht kwam, die me dat toelieten. Het begon met de kans om creatief te spreken en daarna ben ik die dingen ook beginnen opschrijven. Na mijn mislukte poging om een boek uit te geven, kwam ik tot het besef dat ik veel meer kleine ideeën had dan één groot. En zo ben ik poëzie beginnen schrijven. In het begin was het meer om gevoelens te verwoorden en minder puur om de poëzie, maar tegenwoordig is dat meer omgekeerd.
Bekijk je het schrijven van poëzie nu dan meer als een kunst dan als een manier om dingen te verwerken?
Ja, zeer zeker. Het is een heuse inspanning om een goede verstandhouding tussen kunst en gevoel te bewerkstelligen. En het is zo dat het publiek niet werkelijk in je gevoelens geïnteresseerd is, maar in de verwoordingen van die gevoelens.
Wekt het voorlezen van uw gedichten soms geen nare herinneringen op, vooral als het gaat over liefdesverdriet en -verwerking?
Niet tijdens een show. Ik ben dan te veel met andere dingen bezig, zoals de juiste timing, het volume, kortweg hoe ik dat gedicht het beste overbreng. De pure gevoelens spelen op dat moment geen rol. Het inleven in die gevoelens gebeurt vooraf. Met dat inleven probeer ik mijn gedichten opnieuw te ontleden zodat ik dat niet tijdens de show moet doen. Dus tijdens het voorbereiden heb ik het soms wel even moeilijk.
U las uw gedichten voor onder de noemer: “Thomas schrijft zijn gedichten zelf”. Bent u bang dat de mensen niet geloven dat u uw gedichten zelf schrijft?
Neen, daar ben ik niet bang voor. Het is eerder zo dat ik veel geconfronteerd wordt met het feit dat mensen het gek vinden dat je als jonge man poëzie leest, laat staan hem zelf schrijft. Het is zo als ik mensen iets laat lezen dat ze me dan vragen “heb je dat zelf geschreven?” alsof dat zo verwonderlijk is. Waar ik wel bang voor ben, is dat mensen mijn naam eraf halen en die van hen eronder zetten. Wie bewijst dan dat het origineel van mij was?
Waarom vinden mensen het gek dat jongeren met poëzie kunnen bezig zijn?
Ik kan natuurlijk niet sluitend becommentariëren waarom dat zo zou zijn. Het is gewoon iets dat ik merk. De vooroordelen die gelden voor jongeren blijven maar staande, terwijl het tegendeel dagelijks bewezen wordt. Een deel van de onverdraagzaamheid in de maatschappij weerspiegelt zich ook in het feit dat volwassenen en jongeren niet voldoende met elkaar communiceren en in mekaars wereld participeren. Men verschuilt zich achter de stelling ”jeugd van tegenwoordig”, de Grieken zeiden het 2500 jaar geleden al.
Is dat niet een beperkt deel van de bevolking waarover u het hebt?
Neen, ik denk dat het een algemeen probleem is. Kijk maar naar VT4’s “jeugd van tegenwoordig” of één’s “16+”. Daarin worden de clichés omtrent jongeren steeds bevestigd.
Tijdens de show entertainde u tussen de gedichten door het publiek met enkele grappige, ietwat zenuwachtige opmerkingen. Kan ik daaruit afleiden dat u een kleine voorliefde hebt voor stand-up comedy?
Humor maken en vooraf instuderen is heel erg moeilijk. Ik bedenk vooraf wel een schema waarin ik enkele kernwoorden vermeld die ik zeker wil vertellen aan het publiek. Ik brainstorm ook over een goede samenhang en enkele grappige feiten, maar het meeste komt tijdens de show zelf. Het zenuwachtige helpt me om beter te presteren. Ik heb een groot respect voor stand-up comedy en zou mezelf er ook wel eens aan willen wagen, moesten er mensen mij helpen. Want ik ken helemaal niets van die wereld.
Bent u ijverig op zoek naar deze mensen of blijft het voorlopig bij de poëzie?
Ik zie wel wat de toekomst brengt. Ik ben niet naarstig opzoek. Ik ben nog erg actief op vele andere terreinen ook: toneel, politiek, school enzovoort. Maar het is zo dat ik in deze verschillende milieus wel mijn ambitie vermeld.
Axl Peleman – Theatertour: “Liekes”
De meeste mensen kennen hem van tv, maar op muzikaal vlak is hij de alom gekende bassist van groepen als: Ashbury Faith, Angelico, The Paranoiacs en Camden. Het zingen gebeurde steeds in het Engels, maar daar brengt hij nu verandering in door in ‘zijn’ taal, het Antwerps, verhalen en liedjes te brengen in zijn nieuwe theatertournee “Liekes”.
Axl Peleman, op 3 februari 2007 gaat u van start met uw nieuwe theatertournee “Liekes” in Jette. Daarin vertelt en zingt u over de liefde, uw kindertijd, leefomgeving enzovoort. Kortom over alles wat u lief is en was. Hoe bent u op dat idee gekomen om uzelf zo open en dus ook zo kwetsbaar op te stellen voor het publiek?
Ik weet niet of dat kwetsbaar is, ik weet niet of dat meer open is zoals je in het Engels zingt. Het enige verschil is dat als je in het Antwerps zingt, dan spreekt u dat veel sneller aan. Alsof dat precies veel persoonlijker lijkt, maar dat is het niet. Daarmee wil ik zeggen, daarvoor schreef ik ook teksten over alles dat me lief was, over mijn vrouw, … Maar nu ik daarover in het Antwerps ga zingen, is dat precies veel persoonlijker.
Is dit geen rustiger concept dan dat we anders gewoon zijn van u?
Ja, het is een rustiger concept, maar als ik nu een plaat in het Engels had gemaakt, dan had die waarschijnlijk even rustig geweest. Op een gegeven moment moest ik een nieuw nummer schrijven voor een nieuwe plaat. Toen zat ik daar (wijst naar een hoek in zijn werkkamer), het muziekje had ik al en ik moest er dan nog een tekst op schrijven en dan zit je dus echt te prutsen aan teksten. En dan zeg je tegen jezelf: “nee, dat kan ik niet gebruiken, want dat heb ik al op de vorige plaat gebruikt of vijf platen geleden heb ik die zin ook al gebruikt.” Toen dacht ik: “het zou toch is leuk zijn om een nummer te zingen of te spelen zoals je het denkt.”
En is dat dan de enige reden geweest dat uw nieuwe plaat in het Nederlands is geschreven?
Nee, er is nog een reden. Als ik op theatertour ga, spreek ik nogal dikwijls tussen de nummers door aan de hand van anekdotes. Het is heel gek om in een zaal te komen en 500 man voor u te hebben zitten en dan te zeggen: “het volgende nummer gaat over een ex-lief van mij.” Waarna je dan zegt: “one – two – three – four” en in het engels begint te zingen. Terwijl al die mensen opgegroeid zijn in het Nederlands of een dialectvorm van het Nederlands, zoals ik. We verstaan elkaar allemaal en ineens gaan wij in het engels zingen.
Is het alleen in het Antwerpse dat je optreedt?
Nee, over heel Vlaanderen.
En verstaan de West-Vlamingen bijvoorbeeld ook uw teksten en anekdotes?
Ja, ik denk dat wel. Ze zullen er waarschijnlijk niet alles van verstaan, maar dat is misschien ook niet nodig. Als je in het Engels zingt, verstaan de mensen ook niet alles. Maar omdat het in het Antwerps is zullen ze meer geneigd zijn om beter te luisteren dan naar het Engels, dat ze al zoveel horen.
Hebt u altijd al een liefde gehad voor kleinkunst, als ik het zo mag noemen?
Niet altijd. In het begin van de jaren 90 moest ik niet veel van kleinkunst hebben, maar ondertussen sta je toch al lang op een podium en begin je ook iedereen een beetje te kennen. Zo leerde ik Jan De Wilde, Kris De Bruyne en mensen van Kadril kennen. Waarvan je dan beseft dat dat zeer goede muzikanten zijn waar je veel van leert. In dat opzicht ben ik geïnteresseerd geraakt in hun muziek.
Met wie tourt u momenteel rond en hoe ziet de bezetting eruit?
Ik speel samen met Mark De Bouck, een bekend sessietoetsenist/cellist/saxofonist/accordeonist. Wigbert Van Lierde speelt gitaar, contrabas, ukelele, mandoline en mondharmonica. Ron Reuman doet de percussie en ik speel baritongitaar, ukelele, akoestische gitaar, basgitaar.
Tijdens het optreden wordt er gebruik gemaakt van animaties en projecties, wat moeten we ons daarbij voorstellen?
De projecties zijn “gefilmde foto’s”.
Van uzelf?
Nee, mezelf projecteren op een scherm, nene (lacht). Het zijn sfeerbeelden die tonen waarover een nummer gaat.
Is dat een eenmalig project?
Dat hangt er vanaf. Ik heb voor deze plaat zelf geïnvesteerd. Ik wou niet met een platenfirma werken. Wat niet gemakkelijk is natuurlijk. Dan moet je financieel serieus wat ophoesten. Maar ik heb dat samen gedaan met Ron Reuman, de drummer. We hebben alles samen betaald. Er waren platenfirma’s geïnteresseerd, , maar we hebben het toch zelf gedaan. We hebben gewoon een verdelingsfirma gezocht en zelf de platen gemaakt.
Hoe verliep de samenwerking met Frank Vander Linden die de plaat geproduced heeft?
Fantastisch, ik heb al met veel producers samengewerkt: met Amerikanen, Engelsen en zelfs Zweden, maar ik heb nog nooit zo’n goede producer gehad als Frank. Vooral omdat hij een van mijn beste vrienden is. Normaal gezien neem je een producer die je helemaal niet kent, maar daar moet je dan ineens 2 maanden mee gaan samenwerken en dat kan klikken of niet klikken. Frank is al heel lang een goede vriend van mij, dus die samenwerking ging perfect.
8 februari 2007