Daniella Somers – Terugblik bokscarrière
Daniella Somers komt pas op haar 20ste in contact met het thai-boksen. Maar ze wint al gauw 2 wereldtitels. Daarna gaat ze over op gewoon boksen en wordt ze wederom wereldkampioen. Wanneer ze ermee stopt, steekt ze al haar energie in haar eigen boksclub. Daniella is een sterke en gedreven vrouw, die gepassioneerd met haar sport bezig is en haar drukke leventje goed weet te relativeren.
De bokssport is een grote passie van u, hoe moeilijk was het om een tijdje terug te stoppen met competitief boksen, hetgeen toch je leven was?
Dat was eigenlijk niet zo heel moeilijk. Aan alle dingen in het leven is er een begin en een einde. Je leeft daar ook stilletjes naartoe. Ik had ook al een iets gevorderde leeftijd en was moeder. Op een gegeven moment komen er andere prioriteiten in het leven. Het is gewoon de realiteit: je kan er niet heel je leven mee doorgaan.
Ervoer u dan geen grote leegte nadat u stopte?
Nee, absoluut niet. Ik heb hier al jaar en dag een eigen thaiboks-club. Ik kan mij focussen op de jongeren hier. Ik ben dus helemaal niet in een zwart gat gevallen.
U hebt nu wel meer tijd voor uw gezin, hebt u het gevoel dat u nog veel hebt moeten inhalen met uw gezin?
Nee, want veel tijd voor mijn gezin heb ik nog steeds niet. Ik heb het altijd heel druk. Ik doe het management, promotie, lesgeven, … Ik ben fulltime bezig en daar komt ook nog een hoop tv-werk bij.
Vindt u dat niet een beetje jammer dat u zo weinig tijd hebt voor uw gezin?
Ja, natuurlijk, ik vind dat heel jammer. Maar je hebt in het leven niet altijd de keuze en dat is een fase in mijn leven waar ik inzit en waar ik door moet. De vrije tijd die ik kan vrijmaken voor mijn gezin benut ik zeker. Dat komt voor mijn nog altijd op de eerste plaats. Maar het is niet altijd makkelijk te combineren.
U geeft nu les in uw eigen boksclub, The Bulldogs, herkent u zichzelf in de jongeren waaraan u les geeft?
In sommige wel, ja.
Dat geeft u waarschijnlijk veel voldoening, met die jongeren bezig zijn?
Dat geeft een enorme voldoening. De mensen waarin je je Latijn en je tijd insteekt en daar iets zinnigs mee doen. Niet al die mensen gaan grote talenten worden, maar voor mij is het al voldoende als ze zich amuseren, iets bijleren en goed bezig zijn.
Als u zo continu bezig bent met bokstrainingen geven en in de bokswereld te fungeren, is de verleiding er dan nooit dat u terug in de ring wil stappen?
Heel soms is die verleiding er, maar als je dan een paar dagen heel hard traint en ’s morgens opstaat en het voelt alsof je onder een trein hebt gelegen, weet je terug waarom je gestopt bent. Het heeft veel te maken met ouder worden en slijtage op je lichaam, een kapotte neus of schouder. Eventjes gaat dat goed, maar als je 3, 4 dagen hard traint dan weet je het weer waarom je gestopt bent.
U hebt tijdens uw carrière moeten opboksen tegen vrouwendiscriminatie. Hoe ging u daarmee om? Was dat niet frustrerend om daar altijd tegen te vechten?
Natuurlijk, enerzijds heb ik een groter gevecht gevoerd buiten de ring dan in de ring. Maar anderzijds is het allemaal in orde gekomen en geeft dat ook wel een grote voldoening. Ik moet wel zeggen dat het enorm frustrerend is: ik werd wereldkampioen in Las Vegas, het grootste boks-mekka ter wereld en dan zegt de kleine Belgische boksverantwoordelijke: “ah, maar voor ons telt dat niet, want bij ons mogen vrouwen niet boksen”.
Had u dan nog genoeg fut om er steeds voor te gaan als u steeds discriminerende reacties kreeg?
Je hebt gewoon een vrouwenwereldje naast dat mannenwereldje. Als je bokst in het boks-mekka, dan lig je daar niet meer zo wakker van dat ze in België kleinzielig doen. Uiteindelijk heb ik dat gevecht tegen discriminatie gewonnen en heb ik heel vaak in België gevochten en dat was natuurlijk heel leuk om voor uw eigen publiek te staan.
U hebt zich ook in het verleden geout als holebi. Hoe ging u daarmee om in een bokswereld en eigenlijk ook wel een machowereld?
Dat is eigenlijk pas later begonnen. Ik ben later in die relatie geraakt. Het zou mij niet gestoord hebben moest ik nog boksen. Ik ben wie ik ben en ik kom daarmee naar buiten. Wie daar een probleem mee heeft, heeft een probleem. Zolang ik er geen heb, heb ik geen probleem. Dat zou mij zeker niet tegengehouden hebben.
21 april 2008
Edith Van Giel – Frustraties bij Free Clinic
Drugsverslaafden die hulp zoeken, moeten daar soms lang op wachten of krijgen helemaal niet de hulp die ze nodig hebben. Dat komt mede door het starre systeem van opvangcentra zoals free-clinic. Edith Van Giel functioneerde daar als onthaalmedewerkster en vertelt hoe ze omwille van haar frustraties en onmacht is gestopt.
Als er zo een totaal ontredderde drugsverslaafde zich kwam aanbieden, in hoeverre raakte dat jou?
Ja, heel erg natuurlijk, want je kent de doelgroep na een tijdje, en dat zijn bijna allemaal heel sympathieke en vriendelijke mensen. Dat beeld dat men heeft van een drugsverslaafde die iedereen gaat overvallen voor geld voor zijn drugs, dat klopt dus absoluut niet. Het zijn eigenlijk eerder gewoon zieke mensen.
Wat ging er dan juist door je heen als zo iemand zich kwam aanbieden?
Dan ben je eigenlijk heel ontmoedigd, want je zit in een systeem. Zelf als persoon kan je geen hulp bieden, dat moet van free-clinic uitgaan of van een dokter die pillen of Metadon voorschrijft. Het enige dat je kan doen is, als ze ergens passen in een hulpverlening, zien of er ergens plaats is, zoals bij “de Sleutel”. Maar dan zit je met die frustratie dat er nergens plaats is, dat ze nergens terecht kunnen. Dat je onmiddellijke opvang moet geven en die is er gewoon niet.
Bood je soms zelf hulp?
In het begin van free-clinic konden wij dat doen, want free-clinic is eigenlijk bedoeld voor de hopeloze gevallen. In het begin kon je die mensen echt helpen, die kwamen binnen, die gingen bij de dokter, die kregen metadon als ze in het plaatje pasten om metadon te krijgen. Maar na een tijd is dat allemaal geïnstitutionaliseerd.
Buiten dat, heb je ooit persoonlijk contact gehad met een verslaafde, die je na een tijd beter hebt leren kennen?
Ja, en dat is gevaarlijk. Want in het begin leer je bij de cursussen: “je mag geen persoonlijke relatie aangaan”, … maar dat gebeurt automatisch en dat mag niet. Er wordt echt op gehamerd, dus je krijgt in het begin een klaarstomingscursus van een 10-tal sessies voor je mag beginnen. Bij iedere sessie door iedere lesgever wordt er op gehamerd: geen persoonlijke relatie, geen dit, geen dat.
Maar met die ene persoonlijke relatie, hoe ging je daar dan mee om?
Ja, dan probeer je die toch te helpen. Je probeert toch een opvang te vinden.
Je medeleven was dan erg groot?
Ja, daar leef je enorm mee mee. Je weet goed dat het voor iets anders is en toch help je die verder en daar moet je eigenlijk kei hard in zijn, maar dat kan je niet.
Hoe ga je daar dan mee om, om dat toch van je af te zetten? Of lukt dat totaal niet?
Om dat van je af te zetten … ja, eigenlijk kan je dat niet. Want je krijgt die mensen iedere week of twee keer per week terug te zien. En die verontschuldigen zich en die, … Dat zijn echt ongelooflijk sympathieke mensen. Je bent er dus niet kwaad op. Die beschouwen je echt als een moederfiguur. Want dat is ook een van mijn grote frustraties in die hulpverlening, dat ze niet de mensen helpen waarvan jij vindt die geholpen moeten worden. Maar ze helpen diegene die het best passen in hun statistiek. Dat klopt dus niet. Dat zijn verhalen die ze uitvinden om te passen in dat plaatje en dat is enorm frustrerend, dat is eigenlijk de grootste frustratie.
Was dat de reden waarom je gestopt bent bij free-clinic te werken?
Ja, dat waren eigenlijk verschillende factoren. Gedeeltelijk die frustratie, gedeeltelijk ook omdat we met een inlooplokaal op vrijwillige basis zijn begonnen en tegelijkertijd is er een soort paleisrevolutie in free-clinic geweest. Heel de top werd vervangen en toen zijn er heel veel mensen weggegaan. En dat kwam bij mij zo allemaal samen toen en dan ben ik er mee gestopt. Maar je blijft die mensen nog zien en tegenkomen in de stad. Hun verhaal blijft. Je laat dat echt niet los. Zoveel sukkelaars die je ziet in de grootstad, er zijn zoveel sukkelaars. Van alle systemen wordt geprofiteerd gewoon omdat die mensen geen andere mogelijkheden hebben. Het systeem vraagt erom. En dat je die drugsverslaafden niet kan helpen op het moment dat ze het nodig hebben, dat is verschrikkelijk frustrerend.
25 februari 2008
inspecteur Klerens – Vermoorde politievrouw
In Lot, een deelgemeente van Beersel, werd een jonge agente om het leven gebracht bij een confrontatie met dieven. Haar collega werd getroffen in de buik. De jonge agente was 21 jaar en nog maar pas afgestudeerd als politievrouw. Beide agenten hadden geen schijn van kans, ze werden beschoten toen ze in hun voertuig zaten. Maar was het drama in Lot te vermijden? Ik vroeg het aan inspecteur Klerens van politiezone Minos.
Realistisch gezien, denk ik niet dat het te vermijden was. Als je er komt aangereden en die mannen komen toevallig op dezelfde moment buiten, daar is niets aan te doen. Je zit in je voertuig en je kan niks anders doen dan op dat moment incasseren. In mijn ogen is deze specifieke situatie echt dom toeval, pech gehad voor die collega’s.
Als u een melding krijgt van een diefstal die aan de gang is, is het dan niet logischer dat er meer mensen op worden afgestuurd?
Al waren er 2 of 3 ploegen geweest. Als je onder vuur wordt genomen door een machinegeweer en oorlogsmunitie dan heb je weinig verhaal. Dat is eenmaal zo. Zeker als je in je hoofd wordt getroffen, dat is brute pech. Heel jammer, maar weinig aan te veranderen.
Het ging hier over een jonge agente, pas afgestudeerd. Komt het meestal voor dat jonge agenten nachtdienst hebben of was het toeval?
Ik moet eerlijk zeggen, bij ons in het korps wordt dat normaal gezien verdeeld. Het is wel zo dat een aantal oudere collega’s liever geen nachten meer doen. En dan ook vragen aan andere collega’s om die nachten over te nemen en over het algemeen wordt dat dan wel geregeld. Maar specifiek binnen interventies sowieso zijn er voornamelijk jonge collega’s. Oudere collega’s gaan proberen om eerder naar het onthaal te gaan of naar de wijk te gaan waar er dus veel minder nachten zijn.
Hebben jonge inspecteurs eigenlijk wel genoeg ervaring om ’s nachts interventies te gaan doen?
Ik spreek nu voor mezelf, ik ben zelf nog maar anderhalf jaar afgestudeerd. Ik weet niet of je ooit genoeg ervaring hebt, zeker niet voor een situatie zoals in Lot. Zelfs al heb je tien jaar ervaring, als je onder vuur wordt genomen word je onder vuur genomen.
’s Nachts vinden toch de meest gevaarlijke toestanden plaats?
Ja, maar het voordeel ’s nachts is: als je op alarm rijdt, er veel minder verkeer is. Dus qua verkeersonveiligheid zit je dan weer beter. Terwijl als je overdag door het verkeer moet gaan rijden, het vaak veel gevaarlijker is op dat gebied. Zware criminaliteit doet zich voornamelijk ’s nachts voor, maar daar is weinig aan te veranderen zoals in Lot ook het geval was.
De neergeschoten politieagent, die getroffen werd in de buik droeg geen veiligheidsvest. Ligt het dan ook niet deels aan de beperkte middelen van de lokale politie?
Ja, dat is ten dele zo. Hoewel ik moet zeggen dat wij in onze zone allemaal een persoonlijke vest hebben gekregen. Ik draag die continu, er zijn collega’s die dat niet dragen omdat het ongemakkelijk zit of oncomfortabel.
Die zullen na deze feiten misschien wel meer hun vest dragen?
Tijdelijk zullen een aantal collega’s de vest gemakkelijker dragen. Anderzijds, het wapen is gebruikt met oorlogsmunitie. Ik denk qua bescherming, dat een vest niet genoeg was. Je kan met een tank gaan rondrijden, je kan je wagen zodanig pantseren dat er niets meer doorgeraakt, maar het is gewoon de bedoeling dat je je werk kan doen. Als wij oorlogsbestendige kledij moesten dragen, dan zouden we ons werk niet meer kunnen doen, denk ik.
16 december 2007
Leen Smets – Bloeddonors
Het Rode Kruis is sinds 1972 dagelijks op zoek naar bloedgevers, want elke dag zijn er mensen die bloed nodig hebben: bv: na een operatie, bevalling of verkeersongeval. Op 13 november werd in Leuven de miljoenste bloedgever in de bloemetjes gezet (Fabienne Van Mierlo, 19-jarige studente bio-ingenieur) waardoor het thema “bloed geven” weer even wat media-aandacht kreeg. Is een miljoenste bloeddonor veel na 35 jaar? Ik vroeg het aan Leen Smets, coördinator donorwerving van het Rode Kruis Vlaanderen.
Dat is zeker veel. Een miljoen is niet te onderschatten. We zijn nu al 35 jaar bezig, maar ik denk dat we nog naar veel meer moeten kunnen gaan.
Ik las althans in een interview met Carine Genoux, een collega van u, dat er veel mensen afhaken omwille van verstrengde richtlijnen. Wat houden deze richtlijnen in en waarom haken mensen daarop af?
Een belangrijke reden is de leeftijd. Als mensen 66 jaar worden, mogen ze de avond voor hun 66ste verjaardag de laatste keer bloed geven. Ben je ouder dan 18 jaar en jonger dan 66 jaar dan mag je bloed geven.
Wat is er dan mis met het bloed van een 66-plusser?
Daar is niets mis mee, maar dat zijn wettelijk opgelegde regels. Binnen Europa worden dezelfde richtlijnen gevolgd. Dus wij moeten ons daar aan houden. Wat nog een medische richtlijn kan zijn is bijvoorbeeld: je bent in een land geweest in een malariagebied, dan moet je ook een bepaalde tijd afhaken. Of je hebt een te hoog hemoglobinegehalte, dus je ijzergehalte in je bloed is te hoog of te laag.
Wordt dat dan allemaal getest als iemand zich komt aanbieden als donor?
Ja, als je je aanbiedt als donor moet je een medische vragenlijst invullen. Op die medische vragenlijst staan een aantal vragen die peilen naar je algemene gezondheidstoestand, dus: ben je gezond?, heb je medicatie nodig?, ben je naar de tandarts geweest?, …. Die vragen worden overlopen met de afnamearts en die arts beslist dan of je bloed mag geven op basis van de antwoorden op die vragen. Als je dan bloed hebt afgegeven, worden er 5 stalen afgenomen en die stalen worden dan gebruikt om testen op te doen. De belangrijkste testen om virussen op te sporen zijn: hiv, hepatitis B, hepatitis C en syfilis.
Een bloedafname, hoe verloopt dat exact?
Je brengt je identiteitskaart mee. Je schrijft je in. Je krijgt een vragenlijst die je moet invullen. Je gaat ermee naar een dokter. De dokter gaat ook je bloeddruk meten en je gewicht en lengte nagaan.
Waarvoor is dat belangrijk, gewicht en lengte?
Om te bepalen hoeveel bloed je mag geven. Iemand die kleiner is en magerder, mag minder bloed geven dan grotere en bredere. Dan ga je naar je afnamebed. Je arm wordt ontsmet en je krijgt een prik. De eerste paar milliliter van je bloed gaan naar een klein staalzakje dat aan je set hangt en de rest van je bloed gaat naar het effectieve afnamezakje. Het staalzakje wordt gebruikt om de 5 staaltjes uit te nemen.
Bovendien werken jullie alleen met vrijwillige bloedgevers. Wat is daar de reden van?
De garantie op veilig bloed. Een donor die vrijwillig komt bloed geven daar kunnen we meer vertrouwen in hebben dat hij eerlijk antwoord op de vragen, in alle aspecten eerlijk is en dat het dus veilig bloed is.
Het Rode Kruis is dus dagelijks op zoek naar mensen tussen 18 en 66 jaar, die na een grondige gezondheidscontrole, op vrijwillige basis bloed willen geven en zo andere mensen kunnen helpen.
25 november 2007
Iris Sarens – Palestina – Israël
“Oxfam Solidariteit”, een nationaal, tweetalige organisatie, strijdt voor solidariteit en gelijkheid tussen volkeren. Hiervoor maken ze gebruik van campagnes. De belangrijkste campagne op dit moment is Palestina – Israël. Dat is het thema in de kijker van deze maand. Iris Sarens, educatief medewerkster van Oxfam vertelt ons waar dat idee vandaan komt.
Zoals de meeste mensen al weten worden de Palestijnse gebieden bezet door Israël. Dat duurt al meer dan 40 jaar. En als resultaat heeft dat eigenlijk dat er economische problemen ontstaan voor Palestina. De Israëlieten hebben superveel grensposten ingelast om een muur waar de Palestijnen niet door kunnen. Dus hun oogsten die zij al met heel veel moeite opdringen worden tegengehouden aan die grensposten waardoor er geen export meer mogelijk is vanuit de Palestijnse bezette gebieden.
Hoe gaan jullie concreet dat probleem op te lossen?
Wij proberen om toch met een aantal partners in Palestijnse gebieden contacten te onderhouden. Wij kiezen voor een duurzaam partnerschap met onze Palestijnse partnerorganisaties omdat wij geloven dat een stabiele handelsrelatie de motor kan zijn voor de heropleving van de Palestijnse samenleving.
Welke zijn deze partners waarmee u samenwerkt?
Wij hebben 3 partners: PARC: Palestinian Agricultural Relief Committees, UAWC: Union of Agricultural Work Committees en Siniana of Galilea. Siniana is een Israëlitische partner, maar zij bepalen een gelijkheid van Palestijnen en Israëlieten in hun organisatie.
Hoe groot is jullie rol in deze problematiek tegenover de andere partners?
Erg groot kan een rol van een buitenlandse organisatie niet zijn, omdat de problematiek van binnenuit wordt gevoerd, maar wij proberen wel zo veel mogelijk handelswaren een exportmogelijkheid te geven. Maar omdat er zo weinig mogelijkheid is om handelswaren te pakken te krijgen doen wij enkel wat we kunnen.
Wat zijn die mogelijkheden? Hoe zorgen jullie ervoor dat die export in orde komt?
Daar kunnen wij ook niet voor zorgen, maar hetgeen we wel doen is een vertrouwen geven in onze Palestijnse partners. Andere bedrijven met een winstbejag gaan er niet mee om kunnen dat ze veel te lang moeten wachten op bv hun couscous, die aan een grenspost staat te rotten in de zon. Oxfam daarentegen zegt: “dat maakt voor ons niet zoveel uit of wij nu een halfjaar moeten wachten of niet. Wij blijven onze organisatie wel met jullie verbonden houden.”
Zijn er geldacties verbonden aan deze campagne?
Neen, er is een verschil tussen “Oxfam Solidariteit” en “Oxfam Wereldwinkel”. De geldactie is dan eigenlijk dat wij ervoor zorgen dat Palestina een handelspartner is. Waardoor dat ze wel op een eerlijke manier dan geld kunnen verdienen, maar dat is geen solidariteit. Giften geven wij niet.
Hoelang denkt u dat deze problematiek nog gaat aanslepen of is er al sprake van een oplossing?
Daar ga ik me niet over uitspreken, dat is meer een politieke kwestie. Ik hoop natuurlijk dat er een oplossing in het verschiet ligt, maar of dat zo is, weet ik niet.
14 oktober 2007
