Interviews door Joris Luyckx


Thomas Verdyck – Poëzie

Geplaatst in Cultuur door luyckxjoris op de 21 april 2008

“‘t Gastvrij Podium” is een evenement dat elke maand doorgaat in het cultureel centrum van Wijnegem. Het is een avondlijke mix van poëzie en muziek gebracht door opkomend talent. Heel deze avond draait rond een centrale gast, meestal een zeer gerespecteerde dichter die reeds al vele teksten heeft gepubliceerd. Voor de maand november van 2007 was de centrale gast Thomas Verdijck, een jongeman, met bewonderenswaardig veel talent. Hij bracht gedichten over alles wat met liefdesvreugde en -verdriet te maken heeft.

Waarom is het thema liefde zo belangrijk voor u?

Liefde is voor iedereen belangrijk. Iedereen tracht zijn liefde op een of andere manier vorm te geven, sommigen stoppen ervoor met roken en anderen zetten hun gevoelens om in tekst.

 

Wanneer bent u met poëzie begonnen?

Daarop kan ik moeilijk een datum kleven. Ik heb een paar momenten waarop je zou kunnen zeggen dat het begonnen is. Ik schreef ten eerste als klein kind altijd al graag, kleine verhaaltjes, gedichtjes, etc. Dan is dat tijdens mijn pubertijd stilgevallen tot ik op onverklaarbare wijze het plezier in het geschreven en gesproken woord herontdekte. Dat kwam, denk ik, omdat ik in de juiste biotopen terecht kwam, die me dat toelieten. Het begon met de kans om creatief te spreken en daarna ben ik die dingen ook beginnen opschrijven. Na mijn mislukte poging om een boek uit te geven, kwam ik tot het besef dat ik veel meer kleine ideeën had dan één groot. En zo ben ik poëzie beginnen schrijven. In het begin was het meer om gevoelens te verwoorden en minder puur om de poëzie, maar tegenwoordig is dat meer omgekeerd.

 

Bekijk je het schrijven van poëzie nu dan meer als een kunst dan als een manier om dingen te verwerken?

Ja, zeer zeker. Het is een heuse inspanning om een goede verstandhouding tussen kunst en gevoel te bewerkstelligen. En het is zo dat het publiek niet werkelijk in je gevoelens  geïnteresseerd is, maar in de verwoordingen van die gevoelens.

 

Wekt het voorlezen van uw gedichten soms geen nare herinneringen op, vooral als het gaat over liefdesverdriet en -verwerking?

Niet tijdens een show. Ik ben dan te veel met andere dingen bezig, zoals de juiste timing, het volume, kortweg hoe ik dat gedicht het beste overbreng. De pure gevoelens spelen op dat moment geen rol. Het inleven in die gevoelens gebeurt vooraf. Met dat inleven probeer ik mijn gedichten opnieuw te ontleden zodat ik dat niet tijdens de show moet doen. Dus tijdens het voorbereiden heb ik het soms wel even moeilijk.

 

U las uw gedichten voor onder de noemer: “Thomas schrijft zijn gedichten zelf”. Bent u bang dat de mensen niet geloven dat u uw gedichten zelf schrijft?

Neen, daar ben ik niet bang voor. Het is eerder zo dat ik veel geconfronteerd wordt met het feit dat mensen het gek vinden dat je als jonge man poëzie leest, laat staan hem zelf schrijft. Het is zo als ik mensen iets laat lezen dat ze me dan vragen “heb je dat zelf geschreven?” alsof dat zo verwonderlijk is. Waar ik wel bang voor ben, is dat mensen mijn naam eraf halen en die van hen eronder zetten. Wie bewijst dan dat het origineel van mij was?

 

Waarom vinden mensen het gek dat jongeren met poëzie kunnen bezig zijn?

Ik kan natuurlijk niet sluitend becommentariëren waarom dat zo zou zijn. Het is gewoon iets dat ik merk. De vooroordelen die gelden voor  jongeren blijven maar staande, terwijl het tegendeel dagelijks bewezen wordt. Een deel van de onverdraagzaamheid in de maatschappij weerspiegelt zich ook in het feit dat volwassenen en jongeren niet voldoende met elkaar communiceren en in mekaars wereld participeren. Men verschuilt zich achter de stelling ”jeugd van tegenwoordig”, de Grieken zeiden het 2500 jaar geleden al.

 

Is dat niet een beperkt deel van de bevolking waarover u het hebt?

Neen, ik denk dat het een algemeen probleem is. Kijk maar naar VT4’s “jeugd van tegenwoordig” of één’s “16+”. Daarin worden de clichés omtrent jongeren steeds bevestigd.

 

Tijdens de show entertainde u tussen de gedichten door het publiek met enkele grappige, ietwat zenuwachtige opmerkingen. Kan ik daaruit afleiden dat u een kleine voorliefde hebt voor stand-up comedy?

Humor maken en vooraf instuderen is heel erg moeilijk. Ik bedenk vooraf wel een schema waarin ik enkele kernwoorden vermeld die ik zeker wil vertellen aan het publiek. Ik brainstorm ook over een goede samenhang en enkele grappige feiten, maar het meeste komt tijdens de show zelf. Het zenuwachtige helpt me om beter te presteren. Ik heb een groot respect voor stand-up comedy en zou mezelf er ook wel eens aan willen wagen, moesten er mensen mij helpen. Want ik ken helemaal niets van die wereld.

 

Bent u ijverig op zoek naar deze mensen of blijft het voorlopig bij de poëzie?

Ik zie wel wat de toekomst brengt. Ik ben niet naarstig opzoek. Ik ben nog erg actief op vele andere terreinen ook: toneel, politiek, school enzovoort. Maar het is zo dat ik in deze verschillende milieus wel mijn ambitie vermeld.

 

4 december 2007

Reageer